Inzicht in de statistieken van het eurogebied. Statistieken met korte uitleg, in gemakkelijk uitwisselbaar format

Juni 2021

De spaarquote is nagenoeg verdubbeld tot 25%

Om de lokale en mondiale verspreiding van Covid-19 in te dammen, is tijdens de lopende coronacrisis een groot aantal ongekende beperkingen opgelegd aan mensen en hun economische activiteiten.

Het inkomen en de besparingen zijn twee indicatoren die een beeld geven van de economische situatie van huishoudens. Ze worden gebruikt om meer inzicht te krijgen in het effect van corona op huishoudens en hun gedrag.

Vóór de coronacrisis vertoonden de inkomens en de besparingen van huishoudens in het eurogebied een vergelijkbaar verloop (zie Grafiek 1), maar in 2020 werden de effecten van de crisis zichtbaar. Tijdens een klassieke economische crisis lopen de huishoudinkomens doorgaans terug, maar dankzij de steunmaatregelen die de nationale overheden van het eurogebied in 2020 hebben genomen om de inkomensdaling te temperen, zijn de huishoudinkomens al met al relatief stabiel gebleven. Tegelijkertijd namen de besparingen fors toe, onder invloed van overheidsbeperkingen die de bestedingsmogelijkheden van burgers raakten.

Grafiek 1. Indexcijfers voor het inkomen en de besparingen van huishoudens in het eurogebied
Kwartaalgegevens, bruto, voor seizoen gecorrigeerd (indexcijfers 2016-IV = 100)

Inkomen Besparingen

De spaarquote is dan ook nagenoeg verdubbeld, tot 25% van het inkomen in het tweede kwartaal van 2020, tegen ongeveer 12-13% vóór 2020 (zie Grafiek 2). De spaarquote is gebaseerd op het gemiddelde voor het eurogebied en kan aanzienlijk verschillen tussen de afzonderlijke landen van het eurogebied.

Algemeen gesproken zijn in 2020 grote kwartaalschommelingen in de spaarquote opgetekend, onder invloed van het verloop van de coronacrisis en overheidsmaatregelen als reactie daarop. De spaarquote was in 2020 veel hoger dan in het vierde kwartaal van 2019: in het eerste en tweede kwartaal van 2020 is ze toegenomen met respectievelijk 4 en 12 procentpunt ten opzichte van het vierde kwartaal van 2019. Tussen het vierde kwartaal van 2019 en het tweede kwartaal van 2020 is de spaarquote dan ook bijna verdubbeld tot 25%. De spaarquote bedroeg 18% in het derde kwartaal van 2020 en is in het vierde kwartaal gestegen tot 20%, 7 procentpunt meer dan in hetzelfde kwartaal van 2019.

Grafiek 2. Spaarquote – verloop
Bruto, voor seizoen gecorrigeerd (percentage van het inkomen)

Hoewel de spaarquote in crisistijd doorgaans toeneemt, is de omvang van deze stijging ongebruikelijk. Die is het resultaat van de accumulatie van middelen als gevolg van de ingevoerde beperkingen op activiteiten die met uitgaven gepaard gaan (gedwongen besparingen). Zoals uit Grafiek 3 blijkt, waren gedwongen besparingen in het tweede kwartaal van 2020 goed voor een groei van 13 procentpunt in de spaarquote van de huishoudens ten opzichte van het vierde kwartaal van 2019, wat tien keer hoger was dan de bijdrage van voorzorgsbesparingen in procentpunten.

Grafiek 3. Bepalende factoren voor de spaarquote van de huishoudens in coronatijd
Mutatie van het inkomen ten opzichte van 2019-IV (in procentpunten)

Gedwongen besparingen Voorzorgsbesparingen Andere effecten

Bronnen: Eurostat, ramingen van de ECB, Economisch Bulletin, nr. 6, 2020

De sector huishoudens bestaat uit particulieren en groepen particulieren bestaande uit zowel consumenten als ondernemers (bijv. eenmanszaken en personenvennootschappen). De sector omvat ook instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens (bijv. kerken, liefdadigheidsinstellingen en vakbonden), waarover vaak samen met huishoudens verslag wordt uitgebracht.

De besparingen van huishoudens zijn de totale besparingen van de sector huishoudens in de nationale rekeningen. Ze worden berekend door de individuele consumptieve bestedingen af te trekken van het besteedbaar inkomen van huishoudens en te corrigeren voor nettomutaties in pensioenrechten.

De individuele consumptie-uitgaven van huishoudens zijn de werkelijke en toegerekende finale uitgaven die gepaard gaan met de aankoop van individuele goederen en diensten. Ze omvatten ook de uitgaven die worden gedaan bij de verkoop van individuele goederen en diensten tegen economisch niet-significante prijzen.

Inkomen betekent besteedbaar inkomen en omvat het inkomen uit arbeid en uit het voeren van een onderneming zonder rechtspersoonlijkheid, plus inkomsten uit rente, dividenden en sociale uitkeringen minus betaalde inkomstenbelasting, rente en sociale premies.

De in Grafiek 1 gebruikte gegevens zijn gebaseerd op lopende prijzen, zijnde nominale waarden over een verslagperiode. Nominale waarden zijn prijzen die niet voor inflatie zijn gecorrigeerd.

De in Grafieken 1 en 2 gebruikte gegevens zijn gecorrigeerd voor kalender- en seizoenseffecten. Met die correctie wordt getracht seizoenseffecten te ramen en tijdreeksen voor die effecten te zuiveren, zodat seizoenschommelingen verdwijnen. Een voorbeeld van een seizoensgebonden schommeling is de stijging van de consumptie tijdens de kerstperiode.

De in Grafiek 3 gebruikte gegevens worden berekend aan de hand van een intern schattingsmodel voor alle kwartalen, zoals uiteengezet in Economisch Bulletin, nr. 6, ECB, 2020. Doorgaans bestaat er een verband tussen het verwachte werkloosheidscijfer en de spaarquote. Voorzorgsbesparingen kunnen dan ook worden geraamd aan de hand van gegevens of schattingen over de werkloosheid. Het overgrote deel van de daadwerkelijk opgetekende besparingen houdt echter verband met de ongekende gedwongen beperkingen van de consumptie als gevolg van de coronamaatregelen. Dit gedeelte staat bekend als ‘gedwongen besparingen’. In het gebruikte model geldt de spaarrente als de afhankelijke variabele, terwijl als verklarende variabelen de werkloosheidsverwachtingen van de huishoudens, de verwachte inkomensgroei van de huishoudens, de vertraagde financieelvermogenratio van huishoudens en de kredietvoorwaarden voor huishoudens worden gehanteerd.

Meer informatie over besparingen en het inkomen van huishoudens:

COVID-19 en de toename van het spaargeld van de huishoudens: uit voorzorg of gedwongen?, Economisch Bulletin, nr. 6, ECB, 2020.

ECB – Sector accounts

Euro area and national quarterly financial accounts – 2020 Quality Report

Eurostat – Research and methodology – seasonal adjustment

European system of accounts, ESA 2010

Eurostat glossary on ESA 2010

Eurostat concepts on ESA 2010

Voor gegevens over de financiële besparingen en het inkomen van huishoudens, zie het Statistical Data Warehouse van de ECB.

Alle gegevensreeksen die in deze Insight worden gebruikt, zijn te vinden onder de tab ‘Inzicht’, in het downloadbare bestand onderaan.

Aanvullende informatie:

Precautionary Saving and Precautionary Wealth

Savings and investment behaviour in the euro area

OECD – Understanding Financial Accounts